Informatie over de kosten van rechtshulp

De advocatuur kent geen vaste tarieven. Daarom spreken we van te voren af hoe we declareren en wie moet betalen. Het is belangrijk goed te weten wat de gemaakte afspraken voor u betekenen.

Op deze pagina leggen wij u uit met welke kosten u rekening moet houden en wie deze moet betalen. Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw advocaat om uitleg te vragen.

Algemeen: de cliënt betaalt de rechtshulp

Hoofdregel: de cliënt moet zelf betalen voor de rechtshulp. Daarom ondertekent u het opdrachtformulier met het overeengekomen tarief per uur.

Soms wordt in onderhandelingen met de tegenpartij een bijdrage in de kosten afgesproken, maar lang niet altijd.

Als u een gerechtelijke procedure wint, kan de rechter de wederpartij in de kosten van de procedure veroordelen (zie 2: proceskosten), maar dat is slechts een deel van de werkelijke kosten. Het is dus belangrijk vooraf te weten waar u aan toe bent. Daarom worden de financiële afspraken vastgelegd.

In het aansprakelijkheidsrecht, zoals bij letselschade, is wettelijk geregeld dat de wederpartij de redelijke buitengerechtelijke kosten moet betalen (zie 4: letselschade, de bijzondere regeling). Die worden als schadepost verhaald op de tegenpartij. Bij arbeidsrechtzaken proberen we de rekening neer te leggen bij de werkgever, maar de cliënt blijft altijd verantwoordelijk voor de declaratie van de advocaat.

Lees op deze pagina over:

  1. Buitengerechtelijke kosten
  2. Proceskosten
  3. Gefinancierde rechtshulp (toevoeging) en bijzondere bijstand
  4. Letselschade: bijzondere regeling
  5. De declaratie zelf, voorschotten en depot

Soorten advocaatkosten

Er zijn twee soorten advocaatkosten:

  1. buitengerechtelijke kosten en
  2. proceskosten.

Buitengerechtelijke kosten zijn de juridische kosten zolang nog een minnelijke regeling mogelijk lijkt, tót aan het verzoek aan de echter: dus vóór de procedure is begonnen.

Is er een gerechtelijke procedure begonnen, dan hebben we het over de proceskosten. Dit zijn de kosten vanaf de dagvaarding tot aan het vonnis of de beschikking van de rechter.

1. Buitengerechtelijke kosten

Dit zijn de kosten die worden gemaakt terwijl de zaak (nog) niet aanhangig is bij een gerecht. De zaak wordt dan dus ‘geschikt’. Wij pogen altijd eerst met de tegenpartij een minnelijke regeling te treffen, en alleen als het niet anders kan naar de rechter te stappen.

Onder de buitengerechtelijke kosten vallen:

a) Honorarium:

b) Verschotten

Voor de werkzaamheden van de advocaat wordt een uurtarief (honorarium) afgesproken en de overige kosten (‘verschotten’) die meestal door de advocaat worden voorgeschoten, worden volledig aan u doorberekend. Zie onder 5: de declaratie en het voorschot hoe de declaratie wordt opgebouwd.

2. Proceskosten

Dit zijn de kosten voor het opstellen en uitbrengen van processtukken zoals het verzoekschrift of de dagvaarding en bijkomende kosten, zoals de kosten van de deurwaarder en het gerecht.

Dit is het “griffierecht” en is afhankelijk van het financieel belang van de zaak en het kan oplopen tot boven de € 5.000,-. Pas nadat het griffiegeld is betaald neemt de rechtbank de zaak in behandeling.

De kosten van de eigen advocaat (het afgesproken uurtarief) komen in de procedure voor eigen rekening. Daarbij komen de kosten van eventuele eigen deskundigen, getuigen en dergelijke. Als u de procedure verliest komen daar nog eens het door de rechter te bepalen salaris van de advocaat van de tegenpartij en overige proceskosten, zoals griffierecht, de kosten van getuigen en deskundigen etc. van de tegenpartij, bij. Dat kan dus oplopen als men de zaak verliest, ook voor cliënten met een toevoeging.

3. Gefinancierde rechtshulp: toevoeging

Vraag een toevoeging aan, voor de zekerheid! Nadrukkelijk wijzen we u op de mogelijkheid van de subsidie op grond van de Wet op de Rechtsbijstand. Wij kunnen voor u een toevoeging aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand. De Staat dekt de kosten als uw inkomen laag is.

Is uw inkomen of vermogen sterk gedaald? Bij de beoordeling van de aanvraag kijkt de Raad naar het inkomen en vermogen van twee jaar geleden. Als uw inkomen echter flink is gedaald kunt u de Raad vragen om toch naar het huidige jaar te beoordelen. Dit heet ‘peiljaarverlegging’.

Hoe krijg ik gefinancierde rechtshulp ?

Uw advocaat kan de “toevoeging” aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand. De Raad voor Rechtsbijstand vraagt de inkomensgegevens op bij de Belastingdienst om te zien of u hiervoor in aanmerking komt. Als de toevoeging wordt afgegeven, draagt de Staat een deel van de kosten van rechtshulp, maar niet alles:

Betaalt de Staat alles ?

Nee, u moet in elk geval zelf de eigen bijdrage en een deel van het griffierecht betalen. Als u de zaak verliest moet u ook het griffiegeld van de tegenpartij alsmede de kosten van getuigen en deskundigen, uittreksels, proceshandelingen en de proceskosten van de tegenpartij betalen (zie ook hierboven).

Bij een erkende letselschadezaak moet de tegenpartij de redelijke kosten van rechtshulp betalen (zie 4). Als de opbrengst van de letselzaak of de arbeidsrechtzaak hoger is dan de norm, vervalt de toevoeging met terugwerkende kracht. Houdt u daar rekening mee.

Bijzondere Bijstand en toevoeging

Let op: mogelijk kunt u bij uw gemeente bijzondere bijstand aanvragen voor de kosten van rechtsbijstand, waaronder de eigen bijdrage en het griffierecht.

Hoe hoog is mijn eigen bijdrage?

De door de Raad opgelegde eigen bijdrage is afhankelijk van uw inkomen en vermogen in het peiljaar. In de tabel op www.rvr.org kunt u zien hoe dat voor u uitpakt.

4. Letselschade: bijzondere regeling

Ook hier onderscheidt men buitengerechtelijke kosten en procedurekosten.

Voor de buitengerechtelijke kosten is in art. 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek bepaald dat de aansprakelijke partij de redelijke kosten moet vergoeden als de aansprakelijkheid vaststaat én vaststaat dat de schade is veroorzaakt door het evenement waarvoor de wederpartij aansprakelijk is.

Wat er uiteindelijk wordt vergoed hangt af van verschillende factoren, waaronder de hoogte van de totale schade. Soms betaalt de wederpartij dus niet alles.

Als er een procedure wordt gevolgd waarbij de hele zaak aan de rechter wordt voorgelegd, bij kort geding of als bodemprocedure, geldt het normale systeern van de proceskosten (zie nummer 2). De regeling bij de deelgeschilprocedure is dezelfde als bij de buitengerechtelijke kosten, mits de aansprakelijkheid is erkend.

5. De declaratie en het voorschot

De declaratie betreft enerzijds het honorarium (de vergoeding voor het werk van de advocaat) en anderzijds de verschotten en omzetbelasting (BTW). Verschotten zijn de kosten die de advocaat ten behoeve van de zaak heeft gemaakt, zoals griffierecht, deurwaarderskosten, kosten voor het opvragen van medische informatie, de kosten van de medisch adviseur en andere deskundigen, reis- en verblijfkosten.

Voor overige onkosten (zoals porto, telefoon, telefax en fotokopieën) wordt standaard 6,5 % in rekening gebracht.

Declareermethode

a. standaard: Het uurtarief is mede afhankelijk van het financiële belang van de zaak, de deskundigheid van de advocaat, de ingewikkeldheid, de aard van de zaak en de spoedeisendheid.
b. resultaatafhankelijk: Er worden dan twee tarieven afgesproken: Een laag tarief (bijvoorbeeld € 150,-) als de doelstelling niet wordt bereikt en een hoog tarief (bijvoorbeeld € 350,- € 500,-) als de doelstelling wel wordt bereikt.

Voorschot en depot

Het kan dat vooraf of tussentijds wordt afgesproken dat (een gedeelte van) het voorschot op de schadevergoeding dat de wederpartij betaalt in ‘depot’ wordt gehouden als een soort buffer voor toekomstige kosten. De advocaat kan u, tijdens het overleg over de financiële kant van de zaak, maar ook tussentijds, verzoeken een voorschot op zijn kantoorrekening te storten. Dit om de gemaakte of nog komende kosten mee te financieren.

Aan het eind van de zaak wordt dan de rekening opgemaakt en krijgt u het eventueel teveel betaalde of het restant van het depot teruggestort.

Vragen of bezwaren

Als u vragen heeft over de rekening (declaratie) van uw advocaat of de urenstaat, neem dan meteen contact op. U heeft altijd recht op een specificatie en op goede uitleg. Hebt u daarna toch nog bezwaren tegen de rekening, dan kunt u dat schriftelijk melden, waarna we een gesprek hebben om een oplossing te bereiken, eventueel via de klachtenfunctionaris.

Als we er onverhoopt samen toch niet uitkomen, kan de declaratie worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Advocatuur die voor alle geschillen bevoegd is of voor letselschadezaken aan de LSA-geschillencommissie.